Getuigekring
Wie is Jezus?
13 Toen Jezus in het gebied van Caesarea Filippi kwam, vroeg hij zijn leerlingen: ‘Wie zeggen de mensen dat de Mensenzoon is?’ 14 Ze antwoordden: ‘Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia, weer anderen Jeremia of een van de andere profeten.’ 15 Toen vroeg hij hun: ‘En wie ben ik volgens jullie?’ 16 ‘U bent de messias, de Zoon van de levende God,’ antwoordde Simon Petrus. 17 Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Gelukkig ben je, Simon Barjona, want dit is je niet door mensen van vlees en bloed geopenbaard, maar door mijn Vader in de hemel. 18 En ik zeg je: jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet kunnen overweldigen. 19 Ik zal je de sleutels van het koninkrijk van de hemel geven, en al wat je op aarde bindend verklaart zal ook in de hemel bindend zijn, en al wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn.’
20 Daarop verbood hij de leerlingen ook maar tegen iemand te zeggen dat hij de messias was. 21 Vanaf die tijd begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken dat hij naar Jeruzalem moest gaan en veel zou moeten lijden door toedoen van de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden, en dat hij gedood zou worden, maar op de derde dag uit de dood zou worden opgewekt. 22 Petrus nam hem terzijde en begon hem fel terecht te wijzen: ‘God verhoede het, Heer! Dat zal u zeker niet gebeuren!’ 23 Maar Jezus keerde hem de rug toe met de woorden: ‘Ga terug, achter mij, Satan! Je zou me nog van de goede weg afbrengen. Je denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat de mensen willen.’ 24 Toen zei Jezus tegen zijn leerlingen: ‘Wie achter mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en mij volgen. 25 Want ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, zal het behouden. 26 Wat heeft een mens eraan de hele wereld te winnen als hij er het leven bij inschiet? Wat zou een mens niet overhebben voor zijn leven? 27 Wanneer de Mensenzoon komt, in gezelschap van zijn engelen en bekleed met de stralende luister van zijn Vader, dan zal hij iedereen naar zijn daden belonen. 28 Ik verzeker jullie: sommige van de hier aanwezigen zullen niet sterven voor ze de komst van de Mensenzoon en zijn koninklijke heerschappij hebben meegemaakt.’
Uitleg
[13] Jezus doet hier onderzoek naar de mening van anderen over Hem. Hij noemde zichzelf de ‘Mensenzoon’, omdat Hij nederigheid toonde en omdat Hij waarlijk mens geworden was. Hij liet het de mensen afleiden aan Zijn wonderen, Hij zegt zelf niet Wie Hij is. [15] Nu vraagt Jezus wat de discipelen over Hem denken. Hij weet dat zij wat beters te zeggen hebben. [16] Alleen Petrus antwoordt op deze vraag. Hij was vaak de snelste, soms sprak hij goed, maar soms ook niet. Petrus’ antwoord is kort, maar het is volledig, het is genoeg. [17] Het antwoord aan Petrus. Jezus zegt hier Simon Barjona, dat duidt op zijn afkomst ‘zoon van ene duive’. Petrus is door God gekozen. Niet door mensen van vlees en bloed geopenbaard, hij heeft het niet van zijn eigen verstand, noch van andere mensen om hem heen. Zijn Vader in de hemel heeft het hem bekend gemaakt. [18] Petrus betekent rots, daarom deze beeldspraak, op deze rots zal de kerk gebouwd worden. De rots is een sterk fundament voor de kerk. De rots kan duiden op Jezus, in de Bijbel wordt dit beeld ook vaker gebruikt. Het kan ook de belijdenis van Petrus zijn, waarop de kerk gebouwd wordt. Jezus is zelf de Bouwer van de kerk. [19] Jezus zelf geeft de sleutels, zij moeten hun gezag aan Christus ontlenen. Ieder van het koninkrijk heeft de sleutels in de persoon van Petrus ontvangen. [22] Petrus vergelijkt Jezus met zichzelf, hij wil dat Christus het lijden evenveel zou duchten als zichzelf. Hier blijkt hoe groot Christus’ liefde is. [23] Jezus geeft in dit vers een fel antwoord. Petrus staat Hem in de weg, want Hij had haast met zijn werk van onze verlossing. [24] Hij heeft verteld dat Hij moest lijden, nu zegt Hij dat ook zij moeten lijden, beproevingen, vervolgingen, moeite en verdriet. Als je wilt komen, moet je Hem volgen: ‘Zo iemand achter Mij aan wil komen in belijdenis, die volgt Mij in waarheid’. [25] Wie zijn leven wil behouden door Christus te verloochenen, zal het verliezen. Wie zijn leven wil verliezen door Hem te belijden, die zal het behouden. [27] De aansporing tot standvastigheid ligt in de belofte van Zijn komst in heerlijkheid. [28] Sommigen zullen de komst van Zijn Koninkrijk nog meemaken, de vestiging van Christus Koninkrijk op de aarde.
Vragen
- Wat vind je opvallend in dit tekstgedeelte?
- Mensen hebben verschillende meningen over wie Jezus is. Zie vers 14 t/m 16. Wie is Jezus voor jou?
- Hoe kon Petrus er zo van overtuigd zijn dat Jezus de Messias is?
- Lees vers 20. Waarom zou Jezus zijn discipelen verbieden om te zeggen dat hij de Christus is?
- Waarom moest Jezus lijden en sterven?
- Wat heeft dit Bijbelgedeelte ons te zeggen met name vers 24 – 26? Wat betekent het zijn volgeling te zijn? Welke belofte is hieraan verbonden? En wat betekent dit voor jou in je leven?
Handreiking
Je vindt een opzet voor de getuigekring in het jaarboek. Hierin staat ook het Bijbelgedeelte waarover de kring zal gaan. We hebben gekozen voor de NBV, omdat deze vertaling het dichtst bij mensen staat die niet vaak in de Bijbel lezen. In overleg met je kring (en of bezoeker) kun je natuurlijk voor een andere vertaling kiezen. Bedenk daarbij dat het voor de bezoeker verwarrend is als er continu verschillende vertalingen door elkaar gebruikt worden. In het jaarboek staan ook al suggesties voor vragen. Overigens ben je absoluut niet verplicht je aan deze opzet te houden, kies gerust een ander tekstgedeelte als je dat beter lijkt, of stel andere vragen. In het boekje ‘solve the mystery’ van IFES, dat je in 2009/2010 wellicht van het bestuur gekregen hebt, staan 10 andere bijbelstudies die vrij makkelijk zijn aan te passen aan het doel van een getuigekring.
Deze handreiking wil nog wat extra tips geven over omgaan met niet-christenen, zowel in het algemeen als op kring. Een aantal van deze tips zal je bekend in de oren klinken, bijvoorbeeld omdat je ze op een normale kring ook al gebruikt, het is niettemin goed om ze nog even door te lezen.
Bedenk dat het erg belangrijk is dat je een goede indruk maakt op de ongelovige/randgelovige die bij jou een kring mee gaat draaien. Vang deze persoon dus goed op, dit begint al bij het binnenkomen. Toon je geïnteresseerd, het is wellicht niet handig om direct een diep inhoudelijk gesprek te voeren, tenzij daar vanuit de ‘bezoeker’ op wordt aangedrongen.
Het is goed om, bijvoorbeeld een kring van tevoren, als kring te bidden of het mag lukken om Gods liefde uit te stralen en een goede kring neer te zetten. Stel je afhankelijk van Hem op.
Het is tevens goed om aan het begin van de kring, net als anders, te bidden. Het is verstandig om van tevoren wat dieper op het fenomeen bidden in te gaan. Leg bijvoorbeeld uit hoe vaak en waarom je bidt, je kunt hier al een kringgesprek over starten, zeker als de ‘bezoeker’ belangstelling toont voor het gebed. Wellicht vindt de ‘bezoeker’ het fijn om, in het geval je een kringgebed doet, zelf ook hardop mee te bidden, maar het is ook goed mogelijk dat dat nog een brug te ver is. Het is onverstandig om daar dan toch op aan te dringen.
Als je eenmaal bezig bent met kringen is het belangrijk dat niet de situatie ontstaat dat de kringleden een gesprek voeren over thema’s waar de ‘bezoeker’ nog in het geheel niet mee bezig is. Het vermijden van jargon is ook niet altijd even makkelijk, voor sommige mensen kunnen woorden als ‘kruis’, ‘discipel’ of ‘genade’ al vragen oproepen, het is daarom belangrijk om de ‘bezoeker’ te vragen om te onderbreken zodra hem iets onduidelijk is. Het boek Marcus is weliswaar geschreven voor ‘niet-christenen’, maar soms zullen er ook in de tekst onduidelijkheden zitten. Spoor samen met de kring en de ‘bezoeker’ op waar die onduidelijkheden liggen, en los ze op.
Om te vermijden dat een te ‘droge’ kring ontstaat, kun je een werkvorm introduceren, in het boekje ‘solve the mystery’ van IFES staan er vele beschreven. Je kunt bijvoorbeeld ‘dagboekfragment’ (pagina 10) of ‘tekst met gaten’ (pagina 30) gebruiken. Voor meer informatie is ook de site www.ifes.nl/bijbelstudie zeer handig.
Eindig de kring met een (dank)gebed, en vraag of de ‘bezoeker’ zin heeft nog even mee te borrelen. Vraag je af: what would Jesus do? Liefde en gastvrijheid zijn erg belangrijk!
Liedsuggesties (ook hier geldt: in veel liederen komen ‘vaktermen’ voor: leg ze uit!)
OT 20 Psalm 86:4
OT 28 Psalm 108: 1,2
OT 104 Mijn Jezus ik hou van U
OT 150 Heer, U bent mijn leven
OT 151 Ik bouw op U
OT 153 Ik geloof in God de Vader
